vrijdag 10 april 2015

Met je voeten in het zand

‘Er is één wereld, één wereld, één wereld. En die hebben we te leen. Er is maar één wereld, één wereld, één wereld. Dus jij en ik zijn één’
Ik houd van die liedjes van Jeroen de Boom. Het zijn altijd van die mee zing liedjes. Ik vind het ook heerlijk om keihard zijn muziek te draaien en dan nog harder mee te zingen terwijl ik aan het bakken ben. Iets van een appeltaart of zo.
Maar nu kan dat niet, ik ben op het strand. En Jesse zit naast me. Hij is mijn neefje. We zijn praktisch even oud, ik ben alleen 4 dagen ouder. Daar pest ik hem altijd mee. Nou, het is niet echt pesten, het is eerder dat hij me dan voorstelt als zijn nichtje, en dan zeg ik; Nicht. (ik benadruk de T) ik ben 4 dagen ouder. Niet dat ik het hem kwalijk neem dat mij voorstelt als zijn nichtje, ik ben veel kleiner dan hij is.
Jesse en ik zien elkaar echt heel vaak, mensen die ons niet kennen, of die niet weten dat we neef en nicht zijn, denken waarschijnlijk dat we een stel zijn of zo. Toen ik 6 jaar was kwamen Jesse en zijn ouders bij mij in de straat wonen. Dat vond ik super, ik had namelijk helemaal geen vrienden hier, ik ben nooit echt een sociaal meisje geweest. Mijn zus had wel altijd iemand om mee te spelen, zij was bevriend met iedereen, en iedereen mocht haar ook.
Maar toen ik een baby was, en mensen keken in mijn box of buggy, dan ging ik altijd huilen of schreeuwen. Zoals ik dus al zei; niet sociaal. Jesse daarentegen is echt een hele sociale jongen. Hij helpt altijd mensen die hij niet kent, die wel hulp nodig hebben. En op school heeft hij echt heel veel vrienden die allemaal heel aardig zijn. Zelf heb ik ook wel veel vrienden hoor, je zou zelfs kunnen zeggen dat ik populair ben, maar ik mag bijna niemand. Ik zie ze dan ook nooit na schooltijd, dan hang ik altijd met Jesse en zijn vrienden.
Aan de andere kant naast mij zit één van de vrienden van Jesse, Liam, met hem spreek ik ook wel eens af zonder de rest, of zonder Jesse. We kunnen het goed vinden. Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat we elke woensdag bij hem thuis afspreken om dan de hele dag op de Playstation allemaal verschillende racespellen te spelen, om dan even een pauze te nemen, even wat te eten – een tosti of zo – en dan weer de hele avond allemaal andere spellen doen. We doen dit op woensdag omdat zijn ouders dan nooit thuis is, ze zijn dan altijd in Zutphen voor werk. Liam is, net zoals Jesse, enig kind. En ook al wil ik het eigenlijk niet toegeven, ik vind hem best wel leuk. Ik ga dat alleen nooit tegen hem zeggen, hij ziet mij waarschijnlijk als een vriend. Een vriend waarmee hij boeren kan laten, tosti’s kan vreten, pizza kan bestellen en waarmee hij een hele dag op de Playstation kan spelen.
Vandaag zijn we met zijn drieën, eigenlijk zou Ambver mee gaan, ook een vriend van Jesse, maar hij was ziek of zo, dat is hij wel vaker, volgens mij had hij gewoon weer geen zin.
‘Wil één van jullie nog wat te drinken?’ Jesse staat al op. ‘Ik wil een ijsthee graag’ Liam wil ijskoffie. Hij zegt het ook gewoon zo van “ijskoffie”, niet eens netjes “Ik wil een ijskoffie”
Liam is niet netjes opgevoed, ik wel. En ik erger me er aan als mensen geen hele zinnen maken. En eigenlijk erger ik me er ook aan dat ik me er aan erger. Ik zie dat Jesse in de rij gaat staan voor ijskoffie, die rij is echt lang, best wel lullig van Liam dat hij Jesse in de rij laat staan, hij had ook gewoon iets anders kunnen vragen. Maar Jesse is ook netjes opgevoed, dus je zult hem geen nee horen zeggen. Opeen merk ik dat Liam nog wat dichter bij is gaan zitten, en hij kijkt naar me. Ik kijk maar terug. ‘Wat is er?’ ‘Niks, ik wou je alleen wat vragen’ Liam doet echt raar, bijna zenuwachtig, hij veegt steeds zijn handen aan zijn broek af, maar dat kan natuurlijk ook zijn omdat zijn handen zweten vanwege de hitte. Ik hou echt van de zomer, zelfs als ik me daar kapot door moet zweten. ‘Wat wou je me vragen dan?’ Liam is opeens heel dicht bij, ik zie een bepaalde blik in zijn ogen, en daardoor kom ik zelf nog wat dichter bij. Ik doe mijn ogen dicht en hij zoent me, en ik zoen terug. Volgens mij ben ik niet eens verbaasd, misschien had ik het al verwacht. Of misschien wou ik dit gewoon al zo lang doen. Ik weet niet wat het is, maar ik geniet er van. En opeens ben ik blij dat Liam zin had in ijskoffie. En opeens hoor ik een beker op de grond vallen. Liam en ik stoppen met zoenen en we kijken naar Jesse. Hij liet net de ijskoffie van Liam vallen. Hij zegt niks. ‘Eh…’ Dat is Liam, die blijkbaar ook niet weet wat hij moet zeggen, net zoals ik, zet zoals Jesse.
Opeens laat Jesse ook de andere drankjes vallen en hij slaat Liam recht in zijn gezicht. ‘Jesse!’ Ik schrik me dood, waarom doet hij dat, waarom zou hij zoiets doen? ‘Waarom doe je dat?’ Jesse trekt me achter zich, wou hij heeft veel kracht in zijn armen. ‘Laat mij maar, ga jij maar alvast’
Meent hij dit serieus? ‘Pardon? Hoe zo laat jou maar? Hoezo moet ik alvast gaan? Hoezo heb jij hier überhaupt problemen mee?’ Ik ben echt boos op Jesse. Ik heb wel vaker jongens gezoend waar hij bij was, ook wel eens eerder één van zijn vrienden. Waarom is hij zo van streek over? Ik snap hem echt niet nu. ‘Mia, je begrijpt het niet…’ ‘Nee, jíj begrijpt het niet, waarom doe je dit?’ Liam heeft nog steeds niks gezegd. ‘Weet je wat, ik ga wel, bedankt voor het verpesten van mijn perfecte stranddag’ Ik steek mijn middelvinger op naar Jesse. ‘En Liam, jou spreek ik nog wel, maar dan zonder Jesse’ Ik loop weg.

Het is woensdag, ik wil Liam bellen, maar ik ben best bang. Het is nu drie dagen geleden sinds dat hij me gezoend heeft. En ik vind hem echt leuk. Maar ik weet niet of hij me nog wel wilt zien, gezien Jesse zijn beste vriend is, en hij is het er overduidelijk niet mee eens.
Jesse heeft me nog gebeld, ik drukte hem meteen weg. Ik heb wel naar de voicemail geluisterd, hij zei wel dat het hem speet, en dat hij wilde praten. Dus we hebben maandag gepraat, hij heeft uitgelegd dat hij niet wil dat ik met Liam ga daten, omdat Liam volgens hem een player is. Daar ben ik het niet mee eens, en sowieso, als hij een player is (en ik zeg als) dan wil ik daar graag zelf achter komen. Ik kan wel tegen een stootje.
Dus Jesse en ik hebben afgesproken dat als ik met hem zou willen daten (en hij benadrukte de als), en als hij me dan zou kwetsen (ik benadrukte de als), dat hij er dan altijd voor mij zou zijn, en dat hij me sowieso zou willen troosten, en dat hij nooit “ik zei het toch” zou zeggen áls Liam me zou kwetsen.
Net nu ik besluit toch maar te bellen, omdat ik hem echt leuk vind, gaat mijn telefoon. Het is Liam! Ik neem op. ‘Hey Liam, met Mia’ ‘Hey Mia, ik vroeg me af of vandaag nog door gaat? Ik denk dat we wat dingen te bespreken hebben, of niet?’ ‘Ja dat denk ik ook’ ‘Ik heb trouwens met Jesse gepraat, hij bood zijn excuses aan omdat hij me had geslagen, en hij zei meteen daarachteraan dat als ik jou ooit pijn zou doen, dat hij me dan meteen nog een keer zou slaan, en harder, en pijnlijker’ Ik moet lachen, het is fijn dat Jesse voor me zorgt, dat voelt goed. ‘Ja, zo’n gesprek heb ik ook al met hem gevoerd. Maar dan dat hij wou dat ik voorzichtig deed’ ‘Mia, ik ben misschien een beetje een player geweest, maar ik wil dat je weet dat dat allang niet meer zo is, en dat mijn gevoelens voor jou echt zijn’ Ik kan even niks zeggen, ik heb tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel. ‘Mia?’ ‘Ja, sorry, ik kom er aan. Gaan we weer racespellen spelen en een tosti eten?’ ‘Ik dacht eerder aan de bioscoop en een echt restaurant, hou je van auto’s en pizza?’ ‘Welke film?’ ‘ze draaien de eerste herbie film vanavond in de bioscoop’ ‘oren dicht’ ‘hoezo?’ ‘aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah!!!!!’ ‘bedankt voor de waarschuwing. Ik zie je over 20 minuten, ik kom je ophalen’


Vanavond was echt geweldig, Liam heeft me net thuis gebracht en ik heb de avond van mijn leven gehad. Herbie, pizza, Liam. Dit is de beste zomeravond die ik ooit heb gehad.