‘Er is één wereld, één wereld, één wereld. En die hebben we te leen. Er
is maar één wereld, één wereld, één wereld. Dus jij en ik zijn één’
Ik houd van die liedjes van
Jeroen de Boom. Het zijn altijd van die mee zing liedjes. Ik vind het ook
heerlijk om keihard zijn muziek te draaien en dan nog harder mee te zingen
terwijl ik aan het bakken ben. Iets van een appeltaart of zo.
Maar nu kan dat niet, ik ben
op het strand. En Jesse zit naast me. Hij is mijn neefje. We zijn praktisch even
oud, ik ben alleen 4 dagen ouder. Daar pest ik hem altijd mee. Nou, het is niet
echt pesten, het is eerder dat hij me dan voorstelt als zijn nichtje, en dan
zeg ik; Nicht. (ik benadruk de T) ik ben 4 dagen ouder. Niet dat ik het hem
kwalijk neem dat mij voorstelt als zijn nichtje, ik ben veel kleiner dan hij
is.
Jesse en ik zien elkaar echt
heel vaak, mensen die ons niet kennen, of die niet weten dat we neef en nicht
zijn, denken waarschijnlijk dat we een stel zijn of zo. Toen ik 6 jaar was
kwamen Jesse en zijn ouders bij mij in de straat wonen. Dat vond ik super, ik
had namelijk helemaal geen vrienden hier, ik ben nooit echt een sociaal meisje
geweest. Mijn zus had wel altijd iemand om mee te spelen, zij was bevriend met
iedereen, en iedereen mocht haar ook.
Maar toen ik een baby was, en
mensen keken in mijn box of buggy, dan ging ik altijd huilen of schreeuwen.
Zoals ik dus al zei; niet sociaal. Jesse daarentegen is echt een hele sociale
jongen. Hij helpt altijd mensen die hij niet kent, die wel hulp nodig hebben.
En op school heeft hij echt heel veel vrienden die allemaal heel aardig zijn.
Zelf heb ik ook wel veel vrienden hoor, je zou zelfs kunnen zeggen dat ik
populair ben, maar ik mag bijna niemand. Ik zie ze dan ook nooit na schooltijd,
dan hang ik altijd met Jesse en zijn vrienden.
Aan de andere kant naast mij
zit één van de vrienden van Jesse, Liam, met hem spreek ik ook wel eens af
zonder de rest, of zonder Jesse. We kunnen het goed vinden. Je zou eigenlijk
kunnen zeggen dat we elke woensdag bij hem thuis afspreken om dan de hele dag
op de Playstation allemaal verschillende racespellen te spelen, om dan even een
pauze te nemen, even wat te eten – een tosti of zo – en dan weer de hele avond
allemaal andere spellen doen. We doen dit op woensdag omdat zijn ouders dan
nooit thuis is, ze zijn dan altijd in Zutphen voor werk. Liam is, net zoals
Jesse, enig kind. En ook al wil ik het eigenlijk niet toegeven, ik vind hem
best wel leuk. Ik ga dat alleen nooit tegen hem zeggen, hij ziet mij
waarschijnlijk als een vriend. Een vriend waarmee hij boeren kan laten, tosti’s
kan vreten, pizza kan bestellen en waarmee hij een hele dag op de Playstation
kan spelen.
Vandaag zijn we met zijn
drieën, eigenlijk zou Ambver mee
gaan, ook een vriend van Jesse, maar hij was ziek of zo, dat is hij wel vaker,
volgens mij had hij gewoon weer geen zin.
‘Wil één van jullie nog wat te
drinken?’ Jesse staat al op. ‘Ik wil een ijsthee graag’ Liam wil ijskoffie. Hij
zegt het ook gewoon zo van “ijskoffie”, niet eens netjes “Ik wil een ijskoffie”
Liam is niet netjes opgevoed,
ik wel. En ik erger me er aan als mensen geen hele zinnen maken. En eigenlijk
erger ik me er ook aan dat ik me er aan erger. Ik zie dat Jesse in de rij gaat
staan voor ijskoffie, die rij is echt lang, best wel lullig van Liam dat hij
Jesse in de rij laat staan, hij had ook gewoon iets anders kunnen vragen. Maar
Jesse is ook netjes opgevoed, dus je zult hem geen nee horen zeggen. Opeen merk
ik dat Liam nog wat dichter bij is gaan zitten, en hij kijkt naar me. Ik kijk
maar terug. ‘Wat is er?’ ‘Niks, ik wou je alleen wat vragen’ Liam doet echt
raar, bijna zenuwachtig, hij veegt steeds zijn handen aan zijn broek af, maar
dat kan natuurlijk ook zijn omdat zijn handen zweten vanwege de hitte. Ik hou
echt van de zomer, zelfs als ik me daar kapot door moet zweten. ‘Wat wou je me
vragen dan?’ Liam is opeens heel dicht bij, ik zie een bepaalde blik in zijn
ogen, en daardoor kom ik zelf nog wat dichter bij. Ik doe mijn ogen dicht en
hij zoent me, en ik zoen terug. Volgens mij ben ik niet eens verbaasd,
misschien had ik het al verwacht. Of misschien wou ik dit gewoon al zo lang
doen. Ik weet niet wat het is, maar ik geniet er van. En opeens ben ik blij dat
Liam zin had in ijskoffie. En opeens hoor ik een beker op de grond vallen. Liam
en ik stoppen met zoenen en we kijken naar Jesse. Hij liet net de ijskoffie van
Liam vallen. Hij zegt niks. ‘Eh…’ Dat is Liam, die blijkbaar ook niet weet wat
hij moet zeggen, net zoals ik, zet zoals Jesse.
Opeens laat Jesse ook de
andere drankjes vallen en hij slaat Liam recht in zijn gezicht. ‘Jesse!’ Ik
schrik me dood, waarom doet hij dat, waarom zou hij zoiets doen? ‘Waarom doe je
dat?’ Jesse trekt me achter zich, wou hij heeft veel kracht in zijn armen.
‘Laat mij maar, ga jij maar alvast’
Meent hij dit serieus?
‘Pardon? Hoe zo laat jou maar? Hoezo moet ik alvast gaan? Hoezo heb jij hier
überhaupt problemen mee?’ Ik ben echt boos op Jesse. Ik heb wel vaker jongens
gezoend waar hij bij was, ook wel eens eerder één van zijn vrienden. Waarom is
hij zo van streek over? Ik snap hem echt niet nu. ‘Mia, je begrijpt het niet…’
‘Nee, jíj begrijpt het niet, waarom doe je dit?’ Liam heeft nog steeds niks
gezegd. ‘Weet je wat, ik ga wel, bedankt voor het verpesten van mijn perfecte
stranddag’ Ik steek mijn middelvinger op naar Jesse. ‘En Liam, jou spreek ik
nog wel, maar dan zonder Jesse’ Ik loop weg.
Het is woensdag, ik wil Liam
bellen, maar ik ben best bang. Het is nu drie dagen geleden sinds dat hij me
gezoend heeft. En ik vind hem echt leuk. Maar ik weet niet of hij me nog wel
wilt zien, gezien Jesse zijn beste vriend is, en hij is het er overduidelijk
niet mee eens.
Jesse heeft me nog gebeld, ik
drukte hem meteen weg. Ik heb wel naar de voicemail geluisterd, hij zei wel dat
het hem speet, en dat hij wilde praten. Dus we hebben maandag gepraat, hij
heeft uitgelegd dat hij niet wil dat ik met Liam ga daten, omdat Liam volgens
hem een player is. Daar ben ik het niet mee eens, en sowieso, als hij een
player is (en ik zeg als) dan wil ik daar graag zelf achter komen. Ik kan wel
tegen een stootje.
Dus Jesse en ik hebben
afgesproken dat als ik met hem zou willen daten (en hij benadrukte de als), en
als hij me dan zou kwetsen (ik benadrukte de als), dat hij er dan altijd voor
mij zou zijn, en dat hij me sowieso zou willen troosten, en dat hij nooit “ik
zei het toch” zou zeggen áls Liam me zou kwetsen.
Net nu ik besluit toch maar te
bellen, omdat ik hem echt leuk vind, gaat mijn telefoon. Het is Liam! Ik neem
op. ‘Hey Liam, met Mia’ ‘Hey Mia, ik
vroeg me af of vandaag nog door gaat? Ik denk dat we wat dingen te bespreken
hebben, of niet?’ ‘Ja dat denk ik ook’
‘Ik heb trouwens met Jesse gepraat, hij bood zijn excuses aan omdat hij me had
geslagen, en hij zei meteen daarachteraan dat als ik jou ooit pijn zou doen,
dat hij me dan meteen nog een keer zou slaan, en harder, en pijnlijker’ Ik
moet lachen, het is fijn dat Jesse voor me zorgt, dat voelt goed. ‘Ja, zo’n
gesprek heb ik ook al met hem gevoerd. Maar dan dat hij wou dat ik voorzichtig
deed’ ‘Mia, ik ben misschien een beetje
een player geweest, maar ik wil dat je weet dat dat allang niet meer zo is, en
dat mijn gevoelens voor jou echt zijn’ Ik kan even niks zeggen, ik heb
tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel. ‘Mia?’ ‘Ja, sorry, ik kom er aan. Gaan we weer racespellen spelen
en een tosti eten?’ ‘Ik dacht eerder aan
de bioscoop en een echt restaurant, hou je van auto’s en pizza?’ ‘Welke
film?’ ‘ze draaien de eerste herbie film
vanavond in de bioscoop’ ‘oren dicht’ ‘hoezo?’
‘aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah!!!!!’ ‘bedankt
voor de waarschuwing. Ik zie je over 20 minuten, ik kom je ophalen’
Vanavond was echt geweldig,
Liam heeft me net thuis gebracht en ik heb de avond van mijn leven gehad.
Herbie, pizza, Liam. Dit is de beste zomeravond die ik ooit heb gehad.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten