dinsdag 2 juni 2015

Ik spat uit elkaar

Ken je dat gevoel? Dat gevoeld dat je het idee hebt dat je uit een gaat vallen, maar dat je geen flauw idee hebt waarom. Dat idee heb ik nu. Ik voel me verschrikkelijk. Moe. Alsof er iets vreselijks met me gebeurd is. Maar dat is het hem juist, er is niks gebeurd. Er gebeurd nooit iets in mijn leven. Ik kreeg alles meteen bij mijn geboorten. Daarvoor zelfs. Ik ben allergisch voor een waslijst aan voedsel. En dieren. En andere organismen. (bomen, grassen etc). Soms is dat gewoon te veel om mee te leven. Soms is dat al te veel om aan te kunnen. Ik ben pas 14, en ik voel zo af en toe echt down. Ik heb geen enkele vriendin die begrijpt hoe ik me voel. Niet voor zo ver ik weet. Ik kan me niemand bedenken die naar mij zal luisteren en mij goed advies zo geven als ik die persoon vertel hoe ik me voel. Mijn moeder probeert het, maar dit gaat veel te ver diep in mij. Niemand die iets kan zeggen waardoor ik me er nooit meer zorgen om maak. Het is gewoon bull shit.
Ik heb wel eens, dan zeggen mensen; “het is vast moeilijk om mee te leven” en dan zeg ik “het valt wel mee, je raakt er aan gewend als je het vanaf je geboorte hebt”
Maar ik heb het mis. Je raakt er niet aan gewend. Zoiets went nooit. Echt nooit. Ik ben allergisch voor dingen die zo’n beetje in 60% van alles zit voor mijn idee. Ik kan nooit zomaar iets bestellen in een restaurant, ik kan nooit zomaar een traktatie eten, ik kan nooit zomaar gezellig iets doen zonder na te denken of er niks verkeerd zit in het eten wat ik op dat moment kan eten. Ik weet dat er ergere dingen zijn in het leven. Ik weet dat er duizenden tieners zijn die het moeilijker hebben dan ik. Maar dat wil niet zeggen dat ik echt een k*t leven heb.
Het is niet fijn om in het buitenland in een restaurant te zijn. Eigenlijk is het nooit fijn om ergens te zijn waar eten is. Zelfs thuis moet ik oppassen voor alles.
Toen ik nog op de basisschool zat, mochten overblijvers nooit in het zelfde lokaal eten als mij als ze een broodje pindakaas mee hadden en ik ook moest overblijven. En zo’n 90 % van de tijd, als er getrakteerd werd, moest ik iets uit mijn eigen trommeltje pakken dat standaard op school stond omdat ik het gene niet mocht hebben wat er getrakteerd werd. De andere 10% hadden ze een zakje chips mee.
Toen ongeveer anderhalf jaar geleden mijn opa overleed aan kanker werd ik helemaal gek. Ik kan niet meer helder nadenken. Ik lig heel vaak in bed, huilend zonder geluid. Terwijl ik een gigantisch gat voel in mijn hart. Ik heb nooit geweten dat ik zoveel van hem hield. Ik knijp mezelf om de pijn te vergeten. Al lijkt me dat ook geen positieve ontwikkeling. Het helpt wel.
En ik wil geen vwo gaan doen volgend jaar. Ik ben bang van falen. Ik wil niet falen. Ik ben iemand die niet wil falen. En als ik naar het vwo ga, dan ga ik waarschijnlijk falen. Want het wordt natuurlijk veel te lastig, en moeilijk, en dat kan ik het niet aan. Ook al zijn mijn cijfers nu heel goed, ik ben te bang om volgend jaar helemaal de mist in te gaan.
Deze hele tekst schrijf ik nu gewoon zonder er bij na te denken. Het gaat helemaal van zelf. Dit bewijst hoe diep dit allemaal in mij zit. Dus ik schrijf het op, in plaats van er over te praten. Praten doen te veel pijn. Typen gaat nog net.

Ik zeg wel dat ik niet weet waarom ik me voel alsof ik uit mekaar ga vallen. Maar als ik nadenk over wat ik zonet allemaal heb opgeschreven dan kan ik me wel iets indenken.
Ik heb nooit geweten dat dit me zo diep lag. Ik heb nooit geweten dat ik er zo mee zat. Maar blijkbaar wel. Blijkbaar heb ik altijd al geweten dat het leven dat ik lijf, gewoon bedoeld is om niet te kloppen. Ik weet zeker dat er mensen zijn die denken dat ik geen problemen heb, omdat ik altijd goede cijfers haal, en omdat ik altijd vrolijk ben. Maar van binnen ben ik vaak niet half zo vrolijk als ik lijk. En ik wou dat ik echte vriendinnen had. Waarmee ik hierover kon praten. Misschien moet ik naar een psychiater. Die luisteren altijd wel. Maar misschien is mijn probleem dat ik er wel over wil praten, maar dat ik gewoon niet weet hoe. En dat ik wel weet dat ik het niet kan. Ook al blijk ik het zo makkelijk op te schrijven. Praten is iets heel anders. Het zorgt er voor dat mensen het weten. En dat wil ik niet. Het zijn mijn gedachten.
Toch voelt het fijn om het te posten, wetend dat er niemand is die ik ken die dit gaat lezen. (hopend)

vrijdag 10 april 2015

Met je voeten in het zand

‘Er is één wereld, één wereld, één wereld. En die hebben we te leen. Er is maar één wereld, één wereld, één wereld. Dus jij en ik zijn één’
Ik houd van die liedjes van Jeroen de Boom. Het zijn altijd van die mee zing liedjes. Ik vind het ook heerlijk om keihard zijn muziek te draaien en dan nog harder mee te zingen terwijl ik aan het bakken ben. Iets van een appeltaart of zo.
Maar nu kan dat niet, ik ben op het strand. En Jesse zit naast me. Hij is mijn neefje. We zijn praktisch even oud, ik ben alleen 4 dagen ouder. Daar pest ik hem altijd mee. Nou, het is niet echt pesten, het is eerder dat hij me dan voorstelt als zijn nichtje, en dan zeg ik; Nicht. (ik benadruk de T) ik ben 4 dagen ouder. Niet dat ik het hem kwalijk neem dat mij voorstelt als zijn nichtje, ik ben veel kleiner dan hij is.
Jesse en ik zien elkaar echt heel vaak, mensen die ons niet kennen, of die niet weten dat we neef en nicht zijn, denken waarschijnlijk dat we een stel zijn of zo. Toen ik 6 jaar was kwamen Jesse en zijn ouders bij mij in de straat wonen. Dat vond ik super, ik had namelijk helemaal geen vrienden hier, ik ben nooit echt een sociaal meisje geweest. Mijn zus had wel altijd iemand om mee te spelen, zij was bevriend met iedereen, en iedereen mocht haar ook.
Maar toen ik een baby was, en mensen keken in mijn box of buggy, dan ging ik altijd huilen of schreeuwen. Zoals ik dus al zei; niet sociaal. Jesse daarentegen is echt een hele sociale jongen. Hij helpt altijd mensen die hij niet kent, die wel hulp nodig hebben. En op school heeft hij echt heel veel vrienden die allemaal heel aardig zijn. Zelf heb ik ook wel veel vrienden hoor, je zou zelfs kunnen zeggen dat ik populair ben, maar ik mag bijna niemand. Ik zie ze dan ook nooit na schooltijd, dan hang ik altijd met Jesse en zijn vrienden.
Aan de andere kant naast mij zit één van de vrienden van Jesse, Liam, met hem spreek ik ook wel eens af zonder de rest, of zonder Jesse. We kunnen het goed vinden. Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat we elke woensdag bij hem thuis afspreken om dan de hele dag op de Playstation allemaal verschillende racespellen te spelen, om dan even een pauze te nemen, even wat te eten – een tosti of zo – en dan weer de hele avond allemaal andere spellen doen. We doen dit op woensdag omdat zijn ouders dan nooit thuis is, ze zijn dan altijd in Zutphen voor werk. Liam is, net zoals Jesse, enig kind. En ook al wil ik het eigenlijk niet toegeven, ik vind hem best wel leuk. Ik ga dat alleen nooit tegen hem zeggen, hij ziet mij waarschijnlijk als een vriend. Een vriend waarmee hij boeren kan laten, tosti’s kan vreten, pizza kan bestellen en waarmee hij een hele dag op de Playstation kan spelen.
Vandaag zijn we met zijn drieën, eigenlijk zou Ambver mee gaan, ook een vriend van Jesse, maar hij was ziek of zo, dat is hij wel vaker, volgens mij had hij gewoon weer geen zin.
‘Wil één van jullie nog wat te drinken?’ Jesse staat al op. ‘Ik wil een ijsthee graag’ Liam wil ijskoffie. Hij zegt het ook gewoon zo van “ijskoffie”, niet eens netjes “Ik wil een ijskoffie”
Liam is niet netjes opgevoed, ik wel. En ik erger me er aan als mensen geen hele zinnen maken. En eigenlijk erger ik me er ook aan dat ik me er aan erger. Ik zie dat Jesse in de rij gaat staan voor ijskoffie, die rij is echt lang, best wel lullig van Liam dat hij Jesse in de rij laat staan, hij had ook gewoon iets anders kunnen vragen. Maar Jesse is ook netjes opgevoed, dus je zult hem geen nee horen zeggen. Opeen merk ik dat Liam nog wat dichter bij is gaan zitten, en hij kijkt naar me. Ik kijk maar terug. ‘Wat is er?’ ‘Niks, ik wou je alleen wat vragen’ Liam doet echt raar, bijna zenuwachtig, hij veegt steeds zijn handen aan zijn broek af, maar dat kan natuurlijk ook zijn omdat zijn handen zweten vanwege de hitte. Ik hou echt van de zomer, zelfs als ik me daar kapot door moet zweten. ‘Wat wou je me vragen dan?’ Liam is opeens heel dicht bij, ik zie een bepaalde blik in zijn ogen, en daardoor kom ik zelf nog wat dichter bij. Ik doe mijn ogen dicht en hij zoent me, en ik zoen terug. Volgens mij ben ik niet eens verbaasd, misschien had ik het al verwacht. Of misschien wou ik dit gewoon al zo lang doen. Ik weet niet wat het is, maar ik geniet er van. En opeens ben ik blij dat Liam zin had in ijskoffie. En opeens hoor ik een beker op de grond vallen. Liam en ik stoppen met zoenen en we kijken naar Jesse. Hij liet net de ijskoffie van Liam vallen. Hij zegt niks. ‘Eh…’ Dat is Liam, die blijkbaar ook niet weet wat hij moet zeggen, net zoals ik, zet zoals Jesse.
Opeens laat Jesse ook de andere drankjes vallen en hij slaat Liam recht in zijn gezicht. ‘Jesse!’ Ik schrik me dood, waarom doet hij dat, waarom zou hij zoiets doen? ‘Waarom doe je dat?’ Jesse trekt me achter zich, wou hij heeft veel kracht in zijn armen. ‘Laat mij maar, ga jij maar alvast’
Meent hij dit serieus? ‘Pardon? Hoe zo laat jou maar? Hoezo moet ik alvast gaan? Hoezo heb jij hier überhaupt problemen mee?’ Ik ben echt boos op Jesse. Ik heb wel vaker jongens gezoend waar hij bij was, ook wel eens eerder één van zijn vrienden. Waarom is hij zo van streek over? Ik snap hem echt niet nu. ‘Mia, je begrijpt het niet…’ ‘Nee, jíj begrijpt het niet, waarom doe je dit?’ Liam heeft nog steeds niks gezegd. ‘Weet je wat, ik ga wel, bedankt voor het verpesten van mijn perfecte stranddag’ Ik steek mijn middelvinger op naar Jesse. ‘En Liam, jou spreek ik nog wel, maar dan zonder Jesse’ Ik loop weg.

Het is woensdag, ik wil Liam bellen, maar ik ben best bang. Het is nu drie dagen geleden sinds dat hij me gezoend heeft. En ik vind hem echt leuk. Maar ik weet niet of hij me nog wel wilt zien, gezien Jesse zijn beste vriend is, en hij is het er overduidelijk niet mee eens.
Jesse heeft me nog gebeld, ik drukte hem meteen weg. Ik heb wel naar de voicemail geluisterd, hij zei wel dat het hem speet, en dat hij wilde praten. Dus we hebben maandag gepraat, hij heeft uitgelegd dat hij niet wil dat ik met Liam ga daten, omdat Liam volgens hem een player is. Daar ben ik het niet mee eens, en sowieso, als hij een player is (en ik zeg als) dan wil ik daar graag zelf achter komen. Ik kan wel tegen een stootje.
Dus Jesse en ik hebben afgesproken dat als ik met hem zou willen daten (en hij benadrukte de als), en als hij me dan zou kwetsen (ik benadrukte de als), dat hij er dan altijd voor mij zou zijn, en dat hij me sowieso zou willen troosten, en dat hij nooit “ik zei het toch” zou zeggen áls Liam me zou kwetsen.
Net nu ik besluit toch maar te bellen, omdat ik hem echt leuk vind, gaat mijn telefoon. Het is Liam! Ik neem op. ‘Hey Liam, met Mia’ ‘Hey Mia, ik vroeg me af of vandaag nog door gaat? Ik denk dat we wat dingen te bespreken hebben, of niet?’ ‘Ja dat denk ik ook’ ‘Ik heb trouwens met Jesse gepraat, hij bood zijn excuses aan omdat hij me had geslagen, en hij zei meteen daarachteraan dat als ik jou ooit pijn zou doen, dat hij me dan meteen nog een keer zou slaan, en harder, en pijnlijker’ Ik moet lachen, het is fijn dat Jesse voor me zorgt, dat voelt goed. ‘Ja, zo’n gesprek heb ik ook al met hem gevoerd. Maar dan dat hij wou dat ik voorzichtig deed’ ‘Mia, ik ben misschien een beetje een player geweest, maar ik wil dat je weet dat dat allang niet meer zo is, en dat mijn gevoelens voor jou echt zijn’ Ik kan even niks zeggen, ik heb tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel. ‘Mia?’ ‘Ja, sorry, ik kom er aan. Gaan we weer racespellen spelen en een tosti eten?’ ‘Ik dacht eerder aan de bioscoop en een echt restaurant, hou je van auto’s en pizza?’ ‘Welke film?’ ‘ze draaien de eerste herbie film vanavond in de bioscoop’ ‘oren dicht’ ‘hoezo?’ ‘aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah!!!!!’ ‘bedankt voor de waarschuwing. Ik zie je over 20 minuten, ik kom je ophalen’


Vanavond was echt geweldig, Liam heeft me net thuis gebracht en ik heb de avond van mijn leven gehad. Herbie, pizza, Liam. Dit is de beste zomeravond die ik ooit heb gehad.

zaterdag 7 maart 2015

De zin van het leven

Ik ben er achter. Ik ben achter de zin van het leven gekomen.
Ik weet waar het leven om gaat en waarom we op deze aarde zijn.
Ik weet nu waarom het nut heeft om te blijven leven.
Herinneringen.
Dat is waar het leven om draait.
De herinneringen die we hebben van vroeger, de dingen die we nog gaan doen die dan later weer een herinnering wordt.
Die herinneringen van vroeger waar je zo vrolijk van wordt.
Het is allemaal best logisch, waar doen wetenschappers nou zo moeilijk over?
Waarom moeten we weten hoe de wereld ontstaan is en waarom?
Kunnen we niet gewoon van het leven genieten en nieuwe herinneringen maken?
Ik kan nu een mindere herinnering maken (huiswerk maken) want die heb je ook. Maar het zijn de slechte herinneringen gecombineerd met de goede, die jou maken wie je bent en wie je wordt en wie je wilt zijn. Toch?

vrijdag 6 maart 2015

Mijn jeugd

Ik ga jullie wat vertellen over mijn jeugd (ookal is die nog lang niet afgelopen aangezien ik pas 14 ben)
Gewoon wat leuke dingetjes die waarschijnlijk helemaal niet belangrijk waren, maar die ik me nog wel herinner om een één of andere reden.

Ik weet niet meer hoe oud ik was, maar ik weet nog wel dat toen ik nog veel kleiner en lichter was dan nu, dat ik vaak tegen mijn vader aan klom terwijl hij dan mijn handen vast had, en dat ik dan probeerde om het plafond aan te tikken.

Of iets wat ik me niet meer herinner, maar wat mij wel veel verteld is.
Toen ik echt nog heel jong was, noemde ik een mandarijn geen mandarijn, maar een krag. Vraag me niet waarom.

Ik weet nog wel dat ik het heel irritant vond als ik naar school moest lopen, vooral toen ik een jaar of 7 was denk ik. Maar als ik me dan bedenkt dat we 5 min lopen van school woonde, en als ik nog verder terug ga in mijn gedachten dat ik toen ik 4 of 5 was eigenlijk altijd lopend ging.

En ik lustte geen bananen, ik vond ze echt niet lekker. Tegenwoordig lust ik ze wel, maar alleen als de schil een beetje bruin is laat maar zeggen. Mijn zus daar in tegen houdt juist van de groenere bananen.

O en ik weet nog iets leuks.
Ik weet niet hoe oud we waren, maar vroeger maakte onze moeder altijd een schaal met lekkers. Dat waren dan dingen als crackers, appel, banaan (die at ik niet) en allemaal andere kleine lekkere dingen op een schaal.

woensdag 4 maart 2015

Huilen om Verlies

Marco Borsato heeft een liedje genaamd Verlies. En als ik een een sombere bui ben dan luister ik hem 20 keer achter elkaar. Vooral omdat de tekst precies klopt. Het gaat over iemand die je verloren bent.
Alles wat hij zegt (zingt) doet me denken aan mijn eigen situatie. Ook de muziek klopt precies bij het gevoel. Echt.
Meer dan een jaar geleden overleed mijn opa, en dat deed pijn. Echt. Ik voel een leegte in mijn hart, en niet een soort leegte, maar een echte leegte als ik er aan denk.
De zin; 'Boos op een wereld die niet stoppen wil'  is gewoon zo echt.
Mijn opa overleed aan kanker. Het was eigenlijk longkanker, maar ze kwamen er pas achter toen het door zaaide naar zijn benen en hij niet meer kon lopen.
Het was gauw duidelijk dat hij niet meer beter zou worden.

Je weet pas wat je mist als het er niet meer is.

donderdag 26 februari 2015

Vakantie in bed

Ik breng grotendeels van deze vakantie, die ik nu heb, door in bed.
Ik ben niet ziek of zo, ik vind het hier gewoon fijn. Ik kan hier lezen, schrijven, met huiswerk bezig, slapen, nadenken en zelfs een film/serie kijken als ik de tablet van beneden bij me heb.
Slapen doe ik vooral 's avonds natuurlijk, nadat ik een film gekeken heb. De afgelopen twee dagen heb ik met mijn vader Jurassic Park gezien, dat gaat over dinosauriërs. Twee dagen geleden hebben we rond half 11 het eerste deel opgezet (ik weet het, beetje laat, maar daarvoor hadden we samen het bed van mijn zus in elkaar gezet - die op dat moment met mijn moeder naar de film was - zodat ze die avond tenminste ergens kon slapen. Ik heb er die avond samen met haar geslapen). En hij was pas ergens half 1 klaar of zo. Daarna ben ik dus in mijn zus' bed gaan liggen en toen zijn we daar gaan slapen. De volgende ochtend waren we rond half 9, 9 uur wakker (ik tenminste, zij al wat eerder). En toen hebben we op de tablet naar pretty little liars gekeken, dat is een serie.
En nu lig ik dus in bed, op mijn laptop
dit te typen. Hiervoor heb ik wat Duitse woordjes in wrts ingevoerd aangezien ik dinsdag een toets heb. Ik heb dinsdag ook een biologie toets, over kruisingen en genen en zo.

donderdag 12 februari 2015

Een stukje alvast

Ik ben een boek aan het schrijven, maar wat vinden jullie van dit stukje van hoofdstuk 1?

Een doosje eieren, een kuipje boter en een zak appels. Wat zoet beleg en extra vleeswaren.
Wat vergeet ik nu?
Een doosje, een kuipje en een zak, wat zoet en wat extra en…
Ik ben echt slecht in die ezelsbruggetjes om te onthouden wat ik moet halen, lijstjes werken voor mij veel beter.
O ja, ik moet dat tijdschrift voor mijn vader halen, over doe-het-zelf-mannen of zoiets. Als ik die zou vergeten dan zou hij de rest van dag niet te pruimen zijn tot ik morgen opnieuw boodschappen ging doen. Ik neem ook meteen mijn eigen tijdschrift mee. En een zak met van die zoute dropjes, zelf ben ik er niet zo dol op, maar Luca vind ze echt heerlijk. Luca is onze huishoudster, en ze is er bijna altijd.
Mijn vader kan niet voor zichzelf zorgen, en in mijn eentje red ik het niet laat maar zeggen.
Het uitzicht hier is echt geweldig, en ik heb lekker lang de tijd om er van te genieten aangezien ik nu 10 km naar huis mag gaan fietsen.
We wonen op een kleine boerderij, mijn pa en ik, zo’n 10 km van het kleinschalige dorpje waar ik net boodschappen deed, en nog verder weg van de echte bewoonde wereld waar normale tieners meestal zijn.
Ik ga hier ook gewoon naar school, in dit dorpje genaamd Koesburg. Er is 1 school die zowel basisonderwijs als middelbare onderwijs geeft, in dat geval heb ik best geluk (dat ik niet nog is 20 km verder moet fietsen naar school bedoel ik),er is dus die kleinschalige supermarkt die alleen het hoognodige verkoopt, een postkantoor hebben ze ook, een kleine bioscoop die alleen films draait voor 3-jarige en 78-jarige en dan heb je nog een oud leegstaand gebouw dat gebruikt wordt door de jongere zonder leven die minstens 4 keer per week de moeite nemen om hier heen te fietsen om dan rond te hangen met andere levenloze tieners. Daar ben ik dus geen van.

Ik woon dus op een gezellige boerderij met een super landschap eromheen. Met een heleboel dieren natuurlijk. We hebben een paard (zijn naam is Angelo, en hij is van mij, maar ik kan dus geen paardrijden, dus eigenlijk staat hij daar maar niks te doen), 3 koeien ( we maken zelf onze kaas en drinken de melk van onze koeien, Martha en Clara) 2 varkens (die hebben we alleen omdat we die er bij kregen toen we de boerderij kochten (mijn vader dan)  maar we doen er verder niet veel mee) 45 kippen (Ik hoef niet te vertellen dat we dankzij Kippie, Kip, Kiep , Kop en de 41 andere elke zondagmorgen een lekker eitje hebben bij ons ontbijt).
O en we hebben nog 2 honden (Mike en Lola) 3 katten (Missie, Rook en Worst), een vissenkom met een stuk of 31 vissen, een papegaai (vraag er maar niet naar) en fret (die heet gewoon fret).
En met mij en mijn vader er bij, is het een aardige beestenboel hier.
Naast al die hokken voor al die dieren – voor als het koud is; de meeste dieren lopen of gewoon buiten in een grote weide, of gewoon los – hebben we een giga zwembad (met jacuzzi) en een grote schuur waar ik meestal ga zitten om tot rust te komen. Andere plekjes waar ik graag tot rust kom zijn bijvoorbeeld de oude boomhut die er al zat voor dat wij hier woonde, in het hondenhok (ik ben niet echt groot, en dat hok niet echt klein), ik zit eigenlijk bijna nooit op mijn kamer, hij is best klein en ik maak mijn huiswerk gewoon buiten. Zelfs in de winter. Ik houd er niet van om binnen te zijn, dan voel ik me opgesloten. Daarom is het zo fijn om zoveel grond te bezitten.